Nieuwsflits

Vanaf zondag 4 januari zijn de diensten met gemeente Capelle aan den IJssel-Noord gewisseld. De komende drie maanden zullen de kerkdiensten zijn om:

8:45 uur en 15:15 uur.

Inloggen


Designed by:
SiteGround web hosting Joomla Templates
Preek over het 1e nachtgezicht van Zacharia
Preek over het 1e nachtgezicht van Zacharia PDF Print E-mail

PREEK OVER 1E NACHTGEZICHT VAN ZACHARIA

-          Capelle, 5 oktober 2008

-          C.van Dusseldorp

 

Liturgie:

Votum & groet

Ps.34:1,3

Wet

Ps.14:1,4,5

gebed

Schriftlezingen:

            Zach.1:1-17

            Hag.2:2-9

            Joh.2:13-22

Ps.80:1,4,8,10

Preek over Zach.1:14b

Ps.48:3,4

Gebed

collecte

Ld.296

Zegen

 


Gemeente van Christus,

 

** de aanvechting van het niet-zien

 

Begin twintig is hij. Amasja. Hij heeft het eigenlijk wel een beetje gehad. Ze hoeven bij hem niet meer aan te kloppen. Zo vaak is het op een teleurstelling uitgelopen. De verhalen zullen wel kloppen, maar hij loopt er niet meer warm voor. Hij heeft er veel energie in gestopt, maar nu gaat hij zich eens voor zichzelf zorgen. Z’n vrouw, z’n huis, z’n akker. Hij heeft het wel even gehad met de synagoge, met de tempel, ja eigenlijk met God zelf. Wat zie je er nu van? Waar hebben ze het eigenlijk over? Waarom zit er zo weinig beweging in? Waar is God eigenlijk? Z’n enthousiasme is verdampt, z’n betrokkenheid teruggelopen, z’n hartstocht afgestopt, z’n geloof aangevochten.

 

Amasja is al weer een paar jaar in Israël. Hij had het gehoord in de synagoge. Hoe zijn volk bijna 80 jaar geleden was weggevoerd door Nebukadnezar. Zoals die koning alle volken verspreidde over zijn immens grote rijk. Ze vertelden de verhalen. Van de ver­schrik­ke­lijke reis, die ze met dui­zen­den moesten ma­ken. Hoe kon het? Gods volk? Gods eeuwig huis verwoest?

 

In de synagoge hadden ze gezegd de legers van Nebukadnezar door God gestuurd waren. Als straf van God vanwege de zonden van Israël. Afgo­dendienst, onrecht en egoïsme, God verdroeg het niet langer, zeiden de profeten. Maar was God verantwoordelijk voor zoveel ellende? Het was toch gewoon het logisch gevolg van de politieke en militaire verhoudingen?

 

Amasja had van zijn vader gehoord hoe Babel was verslagen door de Perzen. Die hadden een ander asielbeleid. Ze stuur­den de vol­ken weer terug. Gaan jullie maar naar je eigen land. Leef volgens je eigen tradities. Tegen Amasja was gezegd: de HERE heeft ons weer te­rug­ge­bracht. Amasja kan het moei­lijk gelo­ven. Gods werk? Economische belangen wegen zwaarder.

 

En nu is Amasja al een paar jaar in Israël. Maar erg gelukkig is hij niet. Het is hard wer­ken om te overleven. Bij de tempelbouw hebben ze veel ruzie en tegenwerking gehad. En God had gezegd dat Hij zelf terug zou keren naar zijn volk en zijn huis! De twijfel en moedeloosheid hadden hem bitter gemaakt. Waar is God eigenlijk? Wat zie je van zijn beloften?

 

Misschien ben je ook rond de twintig. En vraag je je af of het allemaal wel zo duidelijk is, wat je altijd over God is verteld. Of ben je rond de veertig. En heb je het idee dat op aarde behoorlijk menselijk toegaat, wat je in de bijbel ook leest. Of ben je rond de zestig. En ben je aardig afgeknapt, omdat je met al je inzet maar weinig verandering hebt bereikt in de kerk. Waar is God eigelijk? Misschien zit je heel anders in je vel vandaag. Ben je vol enthousiasme en geloof. Dan nog ken je de vraag: Waarom is er zo’n kloof tussen wat je gelooft en wat je ziet? Wat heb ik aan God? Waarom zou ik radicaal gaan voor mijn geloof?

 

** Gods ruiters gaan over de aarde

 

‘Ik zag een man op een voskleurig paard. Hij stond tussen de mirtestruiken aan de oever van het diepe water, en iets verderop stonden nog meer paarden: roodvossen, goudvossen en schimmels.’ Zo begint het eerste nachtgezicht van Zacharia. Het visioen dat God hem te zien gaf, om daarmee Gods kinderen te bemoedigen. Gods kinderen van vandaag niet minder dan Gods kinderen van vroeger. Het eerste nachtgezicht is het visioen van de paarden. Paarden met ruiters die over de hele aarde rondzwerven. En verslag uitbrengen aan de man tussen de mirtestruiken.

 

God is zijn volk niet vergeten. De Here laat alles op aarde niet zomaar gebeuren. Dat is de eerste boodschap uit het visioen van de gekleurde paarden. Het zijn de engelen van God, die over de hele aarde gaan. Verkenners van de hemelse legers. ‘Here der heerscharen’, werd onze God wel genoemd in de vorige bijbelvertaling. Heer van de hemelse machten, staat er nu. Dat is niet alleen een eretitel. Het is ook de realiteit. Gods hemelse soldaten gaan nog steeds over de aarde. Ze kijken wat er gebeurt. Niet alleen in Israël, maar over de hele aarde. Je ziet ze niet met je blote ogen, maar Zacharia mag zien dat het wel de werkelijkheid is. Gods ruiters gaan over de aarde. Naar de betekenis van de verschillende kleuren is veel geraden. Ik heb geen overtuigende verklaring gevonden. Maar het is volstrekt duidelijk wat ze doen. Ze kijken hoe de situatie is. Ze doen wat hun Heer nodig vindt.

 

Die paarden of ruiters staan onder het bevel van een bijzondere engel, die de engel van de Heer wordt genoemd. Die bijzondere engel die God zelf lijkt te zijn en optreedt als Gods volk zwaar in de problemen zit. Vaak opgevat als de persoon van Gods Zoon in het Oude Testament. Nu de man tussen de mirtestruiken. Ik heb even opgezocht wat een mirtestruik nu is. Het is een groenblijvende struik met gladde, donkere bladeren en witte bloemen, die heerlijk ruiken. De struik komt veel voor rond de Middelandse Zee en heeft voorkeur voor vruchtbare, schaduwrijke plaatsen: in een dal of bij een beek. Zo maken die mirtestruiken aan de oever van het diepe water iets duidelijk: De engel van de Here staat bij Gods woonplaats in al zijn heerlijkheid, maar onopvallend verborgen in de schaduw van onze wereld.

 

In het beeld ligt al een bemoediging: ‘Misschien denk je dat ik jullie vergeten ben, mijn volk. Misschien vraag je je af of ik jou wel zie en wel hoor, mijn kind. Maar het is niet waar. De hele aarde is vol van mijn glorie. Mijn ruiters zwerven door de hele wereld. Ook al zie je mij niet, ik ben heel dicht bij. Onopvallend in de schaduw. Maar vol van genade en leven.’

 

** de aarde lijkt in rust

 

God laat zijn kinderen niet alleen. Dat is een bemoedigend woord. Maar toch blijft er iets knagen. Hoe kan het dan, dat je er zo weinig van merkt? Als de Here erbij is, kan Hij toch ook wat doen? Ingrijpen in de ellende. Een einde maken aan de problemen. Uitbreiding geven aan zijn Koninkrijk. Straffen wie onrecht doen. Een antwoord geven op vragen en twijfels. Beweging brengen in vastgeroeste verhoudingen. Tegenhouden van agressieve terroristen. Ervoor zorgen dat alles goed wordt. En zo kunnen we nog wel meer bedenken.

 

‘Wij hebben de hele aarde doorkruist. Overal is het vredig en stil.’ Dat is het rapport van de ruiters aan hun bevelvoerder. Ban Ki Moon, de secretaris-generaal van de VN, zou met dit bericht buitengewoon blij zijn. Maar hij zal het wel nooit horen. Omdat altijd ergens op aarde wel onrust, dreiging en strijd wordt gevoerd. ‘Overal is het vredig en stil.’ Dat bericht zouden wij ook wel willen horen. In aansluiting op ons verlangen naar rust en harmonie.

 

Maar de aanvoerder van de hemelse ruiters is er niet blij mee. En voor de joden die dit visioen hoorden, wat het geen goed bericht. Het is een verkeerde rust. Ze verwachten juist beweging. Had God niet beloofd dat Hij hemel en aarde, de zee en het land zou doen beven? Had God niet gezegd dat alle volken in beroering zouden komen om de schatten van de aarde naar zijn tempel te brengen? Had de Here niet toegezegd dat de uitstraling van de nieuwe tempel de hele aarde zou omvatten? Heeft God niet aangegeven dat de echte vrede en voorspoed zou beginnen bij de tempel, de woonplaats van God? Het zijn de woorden van Haggaï. De mensen verwachten actie en beweging. Ze zoeken het ingrijpen van Gods hand en sterke arm. Het bericht van rust is een afknapper. Alsof God slaapt. Alsof de wereld blijft deinen op de golven die mensen veroorzaken. Alsof de mensen blijven dommelen in de doodsslaap.

 

Zouden de hemelse ruiters ook vandaag zeggen dat de aarde vredig en stil is? Ik weet het niet. Ook vandaag gebeurt er veel in de wereld. Maar ik zie ook veel ontwikkelingen die gewoon hun eigen loop lijken te nemen. Ik zie mensen die straffeloos zichzelf verrijken ten koste van anderen. Ik zie mensen gevangen in verstikkende relaties, gebonden in schadelijke verslavingen. Ik zie een aarde die kapot gaat aan consumentisme en egoïsme. Ik zie mensen hevig verlangen naar herstel, naar oplossingen, naar verandering, naar echte goede rust, zonder dat die komt. Ik zie mensen bidden om de komst van Christus, om de overwinning van de boze, om de bekering van geliefden, om nieuwe liefde in hun eigen leven. Maar er lijkt zo weinig te gebeuren. Als het gaat om de komst van Gods Koninkrijk, dan lijkt het op aarde helaas nog verdacht rustig. En dat kan een zware aanvechting voor je geloof betekenen. Die je het enthousiasme en de hartstocht voor Gods zaak ontnemen.

 

** de Engel gaat bidden

 

‘Toen riep de Engel van de Heer uit: Heer van de hemelse machten, hoe lang zal het nog duren voor u erbarmen toont?’ Daar komt die bijzondere engel in actie, zoals altijd op de cruciale momenten van Gods volk. Hij die opkomt voor Gods kinderen. Gaat aan onze kant staan. Hij die waakt over de vervulling van Gods beloften. En vaak een boodschap van Gods heil mag overbrengen. De Engel van de Heer. Het nog niet mensgeworden Woord, het licht van de wereld. Herken je er je Heiland in? De Here Jezus Christus zelf, zoals wij hem kennen? Onze Heiland, die voor ons opkomt. Die voor ons bij God pleit. Die onze vragen en klachten, onze zwakheden en twijfels niet alleen kent, maar ook op de lippen neemt. Om ze voor de troon van Gods genade te brengen.

 

Die bijzondere Engel neemt het voor ons op. Hij maakt onze klacht tot de zijne. Het smeekgebed: ‘Hoe lang zal het nog duren Heer? Al de ellende die deze mensen meemaken? Wanneer grijpt u in? Wanneer herstelt u het onrecht, geneest u de zieken, vernieuwt u de mensheid, bevrijdt u de gebondenen, verzoent u de vijanden, heelt u de gebrokenen? Hoe lang zal het nog duren, tot u inderdaad helemaal zelf onder de mensen komt wonen en zij ongestoord in uw nabijheid kunnen leven in alle vrede en voorspoed?’

 

Ik wil u graag dicht bij de Here Jezus Christus brengen, zodat u bij Hem leert schuilen. Daarom is het zo goed om te zien, hoe Hij inderdaad ons leven kent, de vragen daarin serieus neemt en ze in smeekgebed bij God brengt. Bemoedigend hoe Zacharia Hem in zijn visioen mocht zien en mocht schetsen. Met die klacht die zo menselijk en herkenbaar is.

 

Het smeekgebed van de engel maakt het wel spannend. Wil je dit werkelijk vragen aan God? Is je vraag hoe lang het nog duurt, een vraag die werkelijk aan de Here gericht is? Wil je namelijk dat God er iets aan gaat doen? Aan die gezapige rust en die doodse stilte, niet alleen in onze wereld, maar ook in je eigen leven? Wil je dat daar beweging in komt? Als God bezig gaat, dan gaat er veel veranderen. Misschien ook wel dingen die je liever niet veranderd ziet. Als je wordt losgetrokken uit de macht van de zonde en de boze, word je ook losgetrokken van een stuk van jezelf. Dat kan pijn doen. Dat leer je alleen als je met die engel meebidt. Als je met Jezus meebidt, zoals we daar in de middagdiensten op dit moment mee bezig zijn om te leren. De Engel gaat ons voor in gebed. En gaat voor ons in gebed. In klacht en smeekgebed neemt Hij het voor ons op.

 

** God openbaart zijn brandende liefde

 

Het werk van onze Heiland is nooit tevergeefs. Ook al is het niet altijd meteen zichtbaar op onze aarde voor onze ogen. Zijn gebed voor ons heeft wel degelijk gevolgen. In het visioen van Zacharia wordt dat erg duidelijk. We lezen dat de Heer troostend en bemoedigend spreekt tot de engel. Dat moet een bijzonder gesprek geweest zijn. Op basis daarvan krijgt Zacharia van de engel de opdracht om aan het volk te vertellen dat de Heer van de hemelse machten het brandend van liefde opneemt voor Jeruzalem en Sion. We mogen dus aannemen dat de Here dat overtuigend aan de engel duidelijk heeft gemaakt. Brandende van liefde is Hij bezig, Hij is in grote ijver ontbrand, lezen we in de vorige vertaling. En dat zegt ons veel over onze God.

 

Brandend van liefde neemt Hij het op voor zijn volk. Hij staat in vuur en vlam voor Israël. Zet zich fanatiek en met heilig vuur voor hen in. Dat zijn best bijzondere woorden, die iets heel persoonlijks van het karakter van onze God laten zien. Hij is niet de onbewogen beweger, of de grootste baas achter het grootste bureau. Hij is met heilige liefde voor zijn volk aan het werk. Met passie, hartstocht en radicale inzet. Zijn brandende liefde, die zich tegen de mensen keert die zich aan zijn kinderen vergrijpen, die hoogmoedig of zelfgenoegzaam hun leven leiden. Een God die geen andere goden naast zich duldt en het niet wil tolereren dat mensen naar een ander luisteren. Een bijbels voorbeeld van die brandende liefde zien we in de grote tem­pelschoonmaak van de Here Jezus. Met heilige verontwaardiging en ijver jaagt Hij kopers en verko­pers uit het huis van zijn Vader. Voor gebed is rust en stilte nodig, en geen standwerkers met hun ge­schreeuw. Christus gooit hen eruit. Een heilig vuur spreekt uit zijn houding.

 

Met dezelfde intensiteit gloeit de ijver van de HERE God voor Israël, voor zijn volk, voor ons. Hen heeft Hij lief. De HERE zet zich ook volledig voor hen in. Dat mag Zacha­ria doorgeven. God brandt van liefde voor zijn volk. Om zijn mensen te red­den, zijn heil te brengen en zijn Koninkrijk te realiseren. Met eerbied gesproken: de Here van de hemelse machten staat in vuur en vlam voor zijn kinderen. Zo is onze God. Onze aanbidding waard!

 

Zacharia krijgt een kijkje aan de binnenkant. En wie een kijkje achter de scher­men heeft gehad, kijkt met andere ogen naar de werkelijkheid. Stel dat je een paar dagen in het paleis in Den Haag mag kijken wat de koningin alle­maal doet. Je zou zien, hoe druk ze het heeft en hoe druk ze zich maakt. Je zou mer­ken, met hoeveel liefde ze probeert het goede voor Nederland te zoeken, en hoe ze zich inspant voor zwakkere bevolkingsgroepen. Als je dan weer thuis bent, dan kijk je anders naar de kranteberichten. Je leert de signalen zien, waar ze mee bezig is geweest. Daar heb je geen bewijs voor nodig. Ook al zeggen anderen dat de koningin niets doet, jij weet wel beter! Want je kijkt met andere ogen. Met ogen die weten. Je luistert met oren die gehoord hebben. Brandend van liefde zet de Here zich in voor zijn volk.

 

** God komt onder de mensen

 

Dat is mooi om te horen. Dat de Here zich met heilige ijver en brandende liefde voor zijn volk inzet. Maar waar leidt dat toe? Het doel van Gods inzet: ‘Ik keer vol erbarmen terug.’ Ik zal weer onder de mensen wonen. Ik neem mijn intrek opnieuw onder mijn volk. Dat is de gouden medaille van het evangelie. Die Heer van de hemelse machten wil wonen bij mensen op aarde.

 

Je kunt de geschiedenis van de Here en zijn volk helemaal volgen aan de hand van deze belofte. Hij wil wonen onder de mensen. In het OT begint dat bij de tabernakel. En later wordt het de tempel. De priesters waren zich bewust van de aanwezigheid van God. Hun houding was er­naar. En het volk zocht daar de Here en beleefde daar de aanwezigheid van God en de omgang met God. Daar klopte het hart van hun volksbestaan. Hoe troostvol is de toezegging: ‘Ik keer vol erbarmen terug naar mijn volk.’ Blijvend zal de Here bij zijn volk zijn.

 

Ook de vervulling van die belofte kunnen we volgen. Hoe het volk na de ballingschap met vallen en opstaan de tempel weer herbouwt en de Here daar zijn intrek weer neemt. Maar nog veel dieper en duidelijk in de komst van Gods Zoon. Hoe God zelf mens werd om onder de mensen te wonen en er voor de mensen te zijn. Het verhaal van Jezus de Christus, is het verhaal van Gods komst op aarde. Tastbaar, zichtbaar, Hij werd een mens als wij. En Hij heeft duidelijk gemaakt, dat God ook nu wonen wil onder zijn volk. In de gemeente neemt Hij zijn intrek door de Heilige Geest. Jezus maakt het zelfs heel erg breed: waar twee of drie gelovi­gen bij elkaar zijn, daar ben Ik in uw midden. En later zal God zijn tent opslaan onder de mensen. Dat lezen we in Openbaring. God woont bij de mensen.

 

Dus woont God ook hier in ons midden! En Hij zet zich voor ons in. Zijn liefde brandt voor ons. De werkelijkheid spreekt vaak een andere taal. Maar dit mag Zacharia zien en doorgeven van de andere werkelijkheid. Het is niet waar dat er niets gebeurt. Het is niet waar dat van Gods plannen niets terecht komt. Het is niet waar dat het geloof onbelangrijk is. Het is niet waar dat God in de schaduw staat van de mensen. Het is niet waar dat de energie die in Gods Koninkrijk wordt gegeven, verspilde moeite is, vruchteloos geploeter en frustrerend misbruik van energie. Zo is het niet. De werke­lijkheid is anders. De Heer van de hemelse machten is vol erbarmen teruggekeerd tot zijn volk. En zal vol erbarmen terugkeren naar zijn volk.

 

Dat kun je wel leren zien. Als je kijkt met andere ogen. Met ogen die weten. Je ziet het, waar mensen hun hart openen voor het evange­lie. En je ziet het waar mensen zich bekeren van zondige ge­woonten. Waar christenen tot getuigen worden van Christus, met woorden en met daden. Je ziet het, waar mensen ruzies bijleg­gen. Waar gelovigen een ge­meen­schap vormen en elkaar gaan helpen. Je ziet het, waar God ope­ningen geeft. En je ziet het waar God soms het kwaad nog tegen­houdt. Om ruim­te te geven aan zijn kinderen. De Here werkt toe naar het eind van de tijd. Zijn voet­stappen zijn hoorbaar. God keert vol erbarmen terug naar zijn volk. Brandend van liefde.

 

** leven in geloof

 

Hij was begin twintig. Hij had het eigenlijk wel een beetje gehad. Hij liep er niet meer warm voor. Voor de tempel en voor God zelf. Wat zag je er nu van? Waarom zat er zo weinig beweging in? Waar was God eigenlijk? Z’n enthousiasme was verdampt, z’n betrokkenheid teruggelopen, z’n hartstocht afgestopt, z’n geloof aangevochten. Herkenbare vragen, gedeelde risico’s. Waarom is er zo’n kloof tussen wat je gelooft en wat je ziet? Wat heb ik aan God? Waarom zou ik radicaal gaan voor mijn geloof?

 

Het nachtgezicht van Zacharia geeft een ander beeld. Het beeld van de Here God, die brandend van liefde het opneemt voor zijn volk en vol erbarmen terugkeert om zijn volk blijvend te troosten, te bevrijden en tot bloei te brengen.

 

Nu kan zo’n visioen leiden tot schizofrenie. Dat je in de kerk in een andere wereld leeft dan buiten de kerk. Dat je als kind van God een totaal ander mens bent dan als moeder van vier kinderen, als manager van een bedrijf of als financieel deskundige. Maar dan gaat er iets fout. Dan heb je de boodschap niet verstaan. De Here die brandend van liefde het voor zijn kinderen opneemt en onder de mensen wil wonen. In een gezin, in een gemeente, in een mens. Ondanks alles wat die mensen zijn en gedaan hebben. Dat leidt tot een nieuw leven. Een leven met nieuwe moed, met scherper inzicht, met blijvende troost, met nieuw enthousiasme, met duurzame vruchtbaarheid, met echt geluk. Soms ondanks alles.

 

De HERE van de hemelse machten is in ijver voor ons ontbrand. Brandend van liefde neemt Hij het voor zijn volk op. Zijn aanwezigheid en werkzaamheid door­gloeien ons leven. Dan wordt ons leven anders. Doe maar gewoon en onopvallend? Niks daarvan. Doe maar bijzonder. Want je bent bijzonder voor God. Maak je niet te druk? Niks daarvan. Maak je zeker druk. Zet je in voor Hem. Want Hij zet zich in voor jou. Het vuur van Gods liefde ontsteekt nieuw vuur in je eigen leven. Zijn erbarming, zijn ijver, zijn hartstocht. Het worden jouw erbarming, jouw ijver, jouw hartstocht. Door de Geest van Jezus Christus.